De eerste keer dat ik hoorde over de inzet van ervaringsdeskundigheid was bij een symposium van de Universiteit Maastricht waar ik destijds werkte. Daar had een vrouwelijke chirurg het initiatief genomen om een vrouw die een borstamputatie had ondergaan te betrekken bij de behandeling. Ze merkte namelijk dat vrouwen die deze behandeling moesten ondergaan behoefte hadden aan een lotgenote die zelf ervaring had met een borstamputatie. De chirurg vond een geschikte vrouw die het hele proces had doorlopen en zich kon goed inleven in andere vrouwen die haar allerlei vragen mochten stellen. Zij informeerde hen over het proces van de operatie en over de eerste moeilijke periode daarna: de pijn, de ingrijpende ervaring van de amputatie en de aanpassing aan het veranderde lichaam en het proces van herstel. Theoretisch gezien kon de chirurg dat ook vertellen, maar voor haar patiënten was zij geen voorbeeld waarmee zij konden zich identificeren. Ze was heel deskundig als chirurg maar had zelf geen borstamputatie ondergaan. De eerste evaluaties van de inzet van deze ervaringsdeskundige waren heel positief: de vrouwen voelden zich beter begrepen en durfden de ervaringsdeskundige allerlei vragen te stellen over de emotionele ingreep en de veranderingen van haar lichaam. Daardoor waren ze minder bang voor de operatie en beter voorbereid op de fase daarna.
Momenteel krijgt ervaringsdeskundigheid ook in de behandeling bij eet- en gewichtsproblemen veel aandacht.
Maar welke ervaring is daarbij gewenst en aan welke criteria moet de ervaringsdeskundige voldoen?
Uiteraard gaat het om iemand die uit eigen ervaring weet wat het is om een eetprobleem te hebben. Maar maakt het voor de cliënt uit of de therapeut bijvoorbeeld de eetbuistoornis of boulimia heeft gehad? Als ervaring met een specifieke eetstoornis gewenst is met het oog op de herkenning door de cliënten, dan zul je meerdere ervaringsdeskundigen in de behandeling moeten betrekken.
Verder is het de vraag of de ervaringsdeskundige iemand moet zijn die op dat moment zelf nog worstelt met onevenwichtig eetgedrag en daarmee lotgenoot is, of iemand die hersteld is en daarmee het zichtbare voorbeeld is van een succesvolle behandeling? Gaat het alleen om begrip en inlevingsvermogen, of ook om ervaring met verbetering van het eetgedrag en de lichamelijke, psychische en sociale kenmerken en gevolgen van onevenwichtig eetgedrag?
Veel therapeuten die werken met de ‘Uit de ban’ boeken* zijn niet alleen ervaringsdeskundig maar hebben ook een opleiding als professionele behandelaar gevolgd. Voor cliënten die nog midden in het onevenwichtige eetgedrag zitten functioneren zij als iemand waarmee zij zich kunnen identificeren. Ervaringsdeskundige professionals kunnen niet alleen begrip opbrengen voor de problemen van mensen met eet- en gewichtsproblemen, maar hen ook motiveren voor behandeling en herstel.
Welke ervaringsdeskundigheid is gewenst?
De vraag is volgens mij niet of ervaringsdeskundigheid moet worden ingezet in de behandeling bij eet- en gewichtsproblemen, maar welke ervaringsdeskundigheid gewenst is. Is dat alleen herkenning en begrip van iemand die nog worstelt met onevenwichtig eetgedrag, of iemand die laat zien dat verbetering en herstel mogelijk is? Dat is de vraag waar elke praktijk/kliniek over na moet denken alvorens een ervaringsdeskundige te betrekken bij de behandeling.
* Uit de ban van eetbuien
Uit de ban van emotie-eten

