Koolhydraten en de relatie met emotie-eten

Koolhydraten zijn opgebouwd uit suikers. Suikers zijn enkelvoudige koolhydraten, zoals glucose, lactose en fructose. Als er meerdere van deze suikers aan elkaar gekoppeld zijn, spreek je van complexe koolhydraten of zetmelen. Ook koolhydraten zijn energieleveranciers en vooral dat. Daarnaast kunnen koolhydraten die aan eiwitten gekoppeld zijn, glycoproteinen genaamd, functies vervullen in bijvoorbeeld het immuunsysteem en in de opslag van suikers. Enkelvoudige suikers zoals in melk, vruchten, honing en suiker, kunnen snel door het lichaam worden afgebroken; bij complexe koolhydraten duurt dit langer. Complexe koolhydraten zitten in bijvoorbeeld graan(producten), wortelen en aardappelen.

Glykemische index

De snelheid waarmee deze zetmelen kunnen worden verteerd en opgenomen in het lichaam, hangt af van de bewerking vooraf en van de wijze van bereiden, en wordt de glykemische index (GI) genoemd. Een voorbeeld van de bewerking vooraf is een geraffineerde witte boterham waarin bijna geen vezels meer zitten die de vertering vertragen, en waar misschien zelfs suiker aan toegevoegd is. En een voorbeeld van de wijze van bereiden is een wortel tot prut laten koken of beetgaar laten koken of rauw opdienen.

De bloedsuikerspiegel en emotie-eten

In het eerste geval van beide voorbeelden is de glykemische index hoog, en is de opneembaarheid van de suikers veel sneller dan in het laatste geval. Het is logisch dat de bloedsuikerspiegel in het eerste geval veel sneller zal stijgen dan in het laatste geval.

Het risico om naar snelle suikers zoals snoep en koek te grijpen is dus veel groter wanneer je veel producten eet die een hoge glykemische index hebben, dan wanneer je producten eet met een lage glykemische index.

Door het eten van veel geraffineerde koolhydra­ten (zoals witmeel, suiker, snoep), dus snel op­neembare suikers, zien we een snelle stijging van het serumglucose. Hierop reageert insuline di­rect, waardoor er weer een daling optreedt. Het hongergevoel dat hierop volgt nodigt uit tot het eten van nog meer zoetigheid, waardoor zich de hele reactieketen herhaalt.

Het vervangen van natuurlijke suikers door kunstmatige zoetstoffen (E-nummers), blijkt averechts te werken. Men heeft altijd verondersteld dat het lichaam geen onderscheid maakt tussen deze suikers en kunstmatige zoetstoffen, maar recent onderzoek laat zien dat de hersenen wel degelijk het verschil waarnemen. Wanneer er glucose (een natuurlijke suiker) wordt gegeten, reageren de hersenen met een verzadigingssignaal, dat er gestopt kan worden met de inname van glucose. Wanneer er daarentegen een kunstmatige zoetstof als aspartaam (E 951), te vinden in light producten en tal van verpakte voedingsmiddelen, wordt gegeten, dan herkennen de hersenen dit niet als suiker, en blijft een verzadigingsgevoel uit waardoor de behoefte aan zoetigheid in stand gehouden wordt.

Tip:

Leg de komende week het accent op complexe koolhydraten met een lage glykemische index en voel hoe je lichaam hierop reageert.

Probeer als je toch persé iets zoets wilt, eerst te kijken of een vrucht een oplossing is; een vrucht bevat natuurlijk fructose die ‘verpakt’ is in het vruchtvlees en dus geleidelijk vrijkomt, en heeft een lagere G.I. dan suiker.
Van fruit hebben de kers, appel, aardbei, peer, pruim en druif een G.I. van onder de 40. Het is aan te bevelen fruit te kiezen in deze categorie. Daarna loopt de G.I. verder op bij perzik, sinaasappel, mango, kiwi, abrikoos, ananas, banaan, verse dadel en watermeloen tot 75. Van gedroogd fruit hebben de pruim, appel en abrikoos een G.I. onder de 40. Vijgen hebben een G.I. van 60, rozijnen 65 en gedroogde dadels 80.
Of neem – als dit geen soulaas biedt – je toevlucht tot producten die natuurlijke suikers bevatten. Hieronder vallen o.a. de moutsiropen, honing, oersuiker en stevia.
Moutsiroop of moutsuiker ontstaat wanneer men gekiemd graan verhit en laat indikken. De kiemen bevatten enzymen, die maltose vormen. Naast de suikers zijn er ook andere voedingsstoffen aanwezig zoals mineralen. Er zijn verschillende moutsiropen verkrijgbaar, namelijk van rijst, gerst en mais (maismoutsiroop is dus niet hetzelfde als maissiroop).Vanzelfsprekend deze producten gebruiken in de geringst mogelijke hoeveelheid (meestal te verkrijgen in natuurvoedingszaken).

About Dr. Anna Kruyswijk- v.d. Heijden

Anna Kruyswijk- v.d. Heijden is als arts gespecialiseerd in voeding. Van haar hand verscheen Schimmels, Suiker en Allergie (met co-auteur diëtiste Marijke de Waal Malefijt) en Mijn voeding en mijn gezondheid. Al jaren schrijft zij artikelen voor verschillende tijdschriften op het gebied van complementaire geneeskunde. Voor meer informatie: www.jouwvoeding.com