Wat is emotie-eten? Bestaat dat eigenlijk wel? Of hebben we hier te maken met een ingebeeld probleem dat met name tussen de oren zit, zoals Denise de Ridder suggereert in haar nieuwe boek getiteld: De grote voedselverleiding (2011)?
Die vragen zijn niet onbelangrijk want als emotie-eten berust op inbeelding, dan zullen mensen die zeggen dat ze hier last van hebben een andere behandeling moeten krijgen dan wanneer het gaat om echt probleem, waarbij negatieve gevoelens leiden tot overeten en vaak tot gewichtstoename.
Als het gaat om inbeelding zullen mensen uit de droom geholpen moeten worden en alleen anders moeten gaat gaan denken, maar hoeft hun eetgedrag niet te veranderen. Ook zullen er geen lichamelijke gevolgen zijn, want van inbeelding word je niet dik. Als emotie eten een mythe is die berust op inbeelding dan kan voorlichting en psycho-educatie volstaan om mensen van dit onjuiste denkbeeld af te helpen.
Gaat het daarentegen om een echt probleem dan volstaat het niet om anders te leren denken, maar zal met ook anders moeten leren reageren op negatieve gevoelens om te gaan, terwijl ook het eetgedrag moet veranderen om de lichamelijke gevolgen in de vorm van overgewicht te verminderen.
Is emotie-eten een mythe?
In het recent verschenen boek De grote voedselverleiding (2011) van Denise de Ridder wordt al op pagina 10 gesteld dat het idee dat stress en emoties de oorzaak zijn van overeten en falende zelfregulatie op een mythe berust. Deze conclusie onderbouwt ze in hoofdstuk 4 waarin ze een beschrijving geeft van een laboratoriumexperiment naar de relatie tussen negatieve emoties en overeten. De titel van hoofdstuk 4: Emoties. En andere excuses om te eten, belooft niet veel goeds voor degenen die emotie-eten zien als een serieus probleem.
Wat wordt er eigenlijk onder emotie-eten verstaan? Volgens De Ridder omschrijven psychologen emotioneel eten als “de neiging om te veel te eten in reactie op stress en negatieve emoties. Omdat emotionele eters niet alleen eten als ze honger hebben, maar ook wanneer ze zich onprettig voelen, eten ze meer dan nodig is. Hierdoor zouden ze een verhoogd risico hebben op overgewicht.” (p. 73).
Hoewel emotie-eten veel aandacht krijgt in de media en daardoor de nodige populariteit geniet, staat dit volgend de Ridder in schril contrast met het ontbreken van wetenschappelijk bewijs dat negatieve emoties ook echt overeten veroorzaken. Volgens haar is er veel meer evidentie in de wetenschap voor de bevinding dat negatieve emoties juist niet leiden tot overeten. “De natuur heeft ervoor gezorgd dat we geen last hebben van honger als we emotioneel zijn, juist omdat in tijden van stress andere dingen prioriteit hebben” (p. 75).
Als voorbeeld verwijst ze daarbij naar onderzoek onder frontsoldaten die door de stress juist geen honger hebben en daardoor te weinig eten.
Volgens De Ridder beschouwt maar liefst 35 procent van de Nederlanders zichzelf als emotionele eter, waarbij ze zeggen vaker te eten als ze zich bijvoorbeeld bang, verdrietig, zenuwachtig of geïrriteerd voelen. Hoe kan het dat zoveel mensen zeggen dat ze emotionele eters zijn? Eten ze echt meer bij negatieve emoties? Die vragen motiveerden Denise de Ridder om daarover een laboratorium experiment op te zetten. De deelnemers bestonden uit vrouwelijke studenten die van zichzelf zeiden dat ze emotie-eters waren. Ze kregen een ontroerend filmfragment te zien en mochten daarna een “smaaktest” doen en verschillende soorten M&M’s keuren, waarbij ze zoveel mochten eten als ze wilden. En wat bleek? Ze aten helemaal niet meer dat de controlegroep die een neutraal filmfragment kreeg te zien. Ook bij andere filmfragmenten die andere emoties opwekten zoals boosheid, verdriet en angst bleek opnieuw dat de emotionele eters niet meer aten dan de controlegroep. Toen het experiment nog een keer werd gedaan maar nu niet alleen met M&M’s, maar ook met chips, koekjes en stukjes fruit, bleek voor de zoveelste keer dat de emotionele eters niet meer aten dan de controle groep. Volgens De Ridder is de conclusie duidelijk: emotie-eten is een mythe!
Vraagtekens bij het laboratorium experiment
Nu begrijpt Denise de Ridder zelf ook wel dat er vraagtekens zijn te plaatsen bij dit laboratorium experiment naar emotie-eten. Daarbij wijst ze bijvoorbeeld op de onnatuurlijke setting van de laboratorium situatie. Dus vroeg ze de deelnemers om gewoon thuis te blijven en daar hun emoties te rapporteren en hun tussendoortjes te turven. Ook bij dit onderzoek bleek opnieuw dat negatieve emoties niet bijdroegen aan overeten.
Uiteraard zijn er nog wel wat meer vraagtekens te plaatsen bij het laboratoriumexperiment van De Ridder. Want hoe duidelijk ging het bij de studenten om emotie-eten? Als ik mijn studenten vraag of ze wel eens ervaring hebben met emotie-eten, geven ze steevast bijna allemaal een bevestigend antwoord, want “Dat heeft toch iedereen wel eens?” Als ik vervolgens doorvraag over de frequentie hiervan en de hoeveelheid voedsel die ze dan eten, dan blijkt dat niet direct een probleem waarvoor ze hulp gaan zoeken. De kans dat ze bij een laboratoriumexperiment veel gaan eten na het zien van een droevig filmfragment acht ik dan ook klein.
Kijk je echter naar ervaringen van mensen die voor hun eetprobleem hulp vragen, dan zie je een hele andere categorie emotie-eters (Kortink & Noordenbos, 2011). Zij zullen echter vrijwel nooit meer eten in een situatie waarin zij zich bekeken voelen, zoals in een laboratorium situatie. Nee, pas als ze helemaal alleen thuis zijn en niemand hen kan zien, grijpen ze naar voedsel om hun emoties te ontladen.
Een andere vraag is of de emotie-eters die daar hulp voor gaan vragen meer gaan eten bij elke negatieve emotie zoals opgewerkt in het experiment van De Ridder door middel van een kort filmfragment. Gaan ze bij elk droevig filmfragment, tv- journaal, of krantenbericht overeten? Nee zeker niet, dan zouden ze hier de hele dag mee bezig kunnen blijven zijn. Wanneer dan wel? Meestal is dat het geval als de negatieve emoties opgekropt worden, en ze zich al een tijdje inhouden omdat ze hun boosheid, teleurstelling, verdriet of stress niet willen tonen aan anderen. Pas als de negatieve emoties behoorlijk opgekropt zijn en de spanning in hun hoofd en lijf is opgelopen en ze weten dat ze helemaal alleen zijn, dan lopen ze het risico op overeten. Ging het in het laboratorium onderzoek van De Ridder om dergelijke opgekropte emoties en spanning waarbij ze helemaal alleen waren met voedsel? Het antwoord is duidelijk nee.
Tenslotte kan ook nog een vraagteken geplaatst worden bij het aanbieden van M&Ms, want is dat wel geschikt om emotie-eten aan te tonen? M&Ms voelen in het begin hard en koud aan en pas na enige tijd komt een chocolade smaak te voorschijn die echter maar kort duurt. Serieuze emotie-eters geven meestal aan dat hun emotie eten bestaat uit gemakkelijk weg te slikken voedsel dat zoet en zacht is, hoewel de zak chips of nootjes het ook nog wel eens moeten ontgelden.
Hoe houdbaar is dan de conclusie van De Ridder dat de zelfbenoemde emotie-eters alleen denken dat ze veel hebben gegeten, maar dat dit feitelijk niet het geval is en dat het dus om een ingebeeld probleem gaat? Wie na het lezen van het eerste deel van hoofdstuk 4 denkt dat De Ridder het bij het juiste eind heeft als ze stelt dat emotie-eten een mythe is, raad is aan toch nog even verder te lezen. Dat levert namelijk een heel andere conclusie op.
Dus toch echte emotie-eters
Op pagina 82 kunnen we namelijk lezen dat De Ridder denkt “dat het probleem van de ‘echte” emotie-eters niet is dat ze negatieve emoties ervaren, maar dat ze geen goede strategieën tot hun beschikking hebben om met deze emoties om te gaan.” Ook dat heeft ze onderzocht in een laboratoriumexperiment. Ze ging na in hoeverre teveel eten mogelijk een reactie is op gebrekkige emotie-regulatie in de vorm van het onderdrukken van emoties, wat vaak leidt tot een toename van negatieve emoties. En wat bleek? “De resultaten lieten zien dat de mensen die gewend waren om hun negatieve gevoelens te onderdrukken veel meer aten dan mensen die hun emoties in perspectief wisten te plaatsen” (p. 83). De controlegroep konden aan de negatieve emoties een positieve draai geven, maar degenen die hun negatieve emoties onderdrukten aten wel degelijk meer in dit tweede experiment van De Ridder. Ook in vervolg onderzoek bleek opnieuw dat degenen die hun emoties moesten onderdrukken veel meer aten dan de controlegroep die hun emoties moest herwaarderen. “Opvallend was dat de onderdrukkers alleen meer aten van typisch calorierijk troost-eten zoals chips en chocola: dat was niet het geval bij stukjes fruit of gezonde crackertjes” (p.84).
Dit tweede experiment van de Ridder is precies wat emotie-eters ervaren die daar dermate veel last van hebben dat ze daarvoor hulp zoeken (Kortink en Noordenbos, 2011). Doordat ze hun negatieve emoties enige tijd opgekroppen en onderdrukken neemt het gevoel van onbehagen en spanning toe en dat leidt op een gegeven moment tot een sterke drang om die spanning te ontladen door te gaan overeten. Emotie-eters blijken dus wel degelijk te bestaan en dat blijkt overtuigend uit het tweede laboratorium experiment van De Ridder dat beschreven staat in hoofdstuk 4 op pagina 82-85.
Conclusie
Emotie-eten blijkt dus helemaal geen mythe of ingebeeld probleem te zijn! Zeker niet voor degenen die negatieve emoties proberen te vermijden en te onderdrukken, waardoor hun negatieve gevoelens vaak nog sterker worden en de spanning hoog oploopt. Die categorie emotie-eters loopt wel degelijk het risico dat ze gaan overeten en na verloop van tijd aankomen in gewicht.
De conclusie van Denise de Ridder dat emotie-eten een mythe is die alleen tussen de oren zit en als excuus dient om meer te eten blijkt onjuist. Daarbij gaat ze niet alleen voorbij aan wetenschappelijk onderzoek waarbij het bestaan van emotie eten wel degelijk is aangetoond, maar ook aan haar eigen onderzoek bij mensen die hun emoties onderdrukken.
Kwalijker is echter dat ze geen recht doet aan al die mensen die zoveel last hebben van overeten als gevolg van opgekropte emoties en spanning dat ze daarvan allerlei negatieve lichamelijke en psychische gevolgen van ondervinden. Vanwege sterke gevoelens van schuld en schaamte durven ze vaak pas na lange tijd om hulp te vragen,. Door hun probleem af te doen als ‘inbeelding’ of ‘mythe’ wordt hun problematiek niet serieus genomen en wordt de stap naar behandeling nog meer bemoeilijkt, terwijl behandeling van emotie-eten wel degelijk mogelijk is. Die behandeling wordt duidelijk beschreven in het Uit de ban van Emotie-eten (2011) van Kortink en Noordenbos waarin allerlei bruikbare oefeningen staan die al bij menigeen hebben geleid tot vermindering van emotie-eten. Die behandeling is vooral gericht op het aanleren van betere vaardigheden om met negatieve emoties om te gaan, waarbij niet langer naar voedsel gegrepen wordt om deze gevoelens te ontladen. Een geslaagde behandeling is gericht op betere emotie-regulatie en een evenwichtiger eetpatroon, wat bijdraagt aan een gezonder en stabieler gewicht (Kortink & Noordenbos, 2011).
Referenties
Kortink, J. & Noordenbos, G. (2011) . Uit de ban van Emotie-eten. Een nieuwe oplossing voor eet- en gewichtsproblemen. Servire, Kosmos, Uitgevers, Utrecht. ISBN 978-90-215-4916-3.
Ridder, D. de. (2011). De grote voedselverleiding. Over de psychologie van het eten.
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. ISBN 978-90-351-3634-2.
Uit een onderzoek van tijdschrift Opzij onder Nederlandse vrouwen blijkt dat bijna negentig procent van hen haar emoties in meer of mindere mate wegeet. Dit emotie-eten wordt door de vrouwen zelf als problematisch ervaren.
Een grote groep vrouwen en mannen eet om negatieve gedachten en gevoelens te vermijden. Dat zeggen Joanne Kortink en Greta Noordenbos. Het duo schreef samen het zelfhulpboek ‘Uit de ban van emotie-eten’ voor mensen die last hebben van dit eetgedrag en er zelf iets aan willen doen. Psy verloot vijf exemplaren.

Een ongezond lichaamsgewicht – te zwaar of juist te licht – kan het risico op een depressie vergroten.
Blijvend en gezond afvallen lukt vrijwel niemand die op dieet gaat. Veel mensen gaan eten als ze zich onrustig, moe, neerslachtig, onzeker, geïrriteerd of blij voelen. Dat leidt vaak tot overgewicht. Ook kan onevenwichtig eetgedrag leiden tot eetbuien, eetverslaving of boulimia. Wil je de haat-liefdeverhouding met eten definitief doorbreken en lekkerder in je vel zitten? Deze site biedt informatie over de unieke manier waarop je van binnenuit een evenwichtige relatie met eten kunt krijgen. De aanpak is gebaseerd op de meest recente psychologische kennis en jarenlange praktijkervaring.
Eten was voor de meesten van ons simpel toen we nog een kind waren. Intuïtief wisten we wat en hoeveel we moesten eten. Maar zodra we ouder worden, begint voedsel diverse doelen te dienen. Mindful eten kan je helpen.
Joanna Kortink is oprichtster van Artiva, een landelijk netwerk dat individuele begeleiding en workshops biedt. Joanna kent eetproblematiek van binnenuit, want ze heeft hier zelf jarenlang mee geworsteld.
Greta Noordenbos doet onderzoek aan de Universiteit van Leiden naar de achtergronden van eet- en gewichtsproblemen, zoals ondermijnende gedachten, en naar het herstelproces.