Emotie-eten: Inbeelding, mythe of werkelijk probleem?

Wat is emotie-eten? Bestaat dat eigenlijk wel? Of hebben we hier te maken met een ingebeeld probleem dat met name tussen de oren zit, zoals Denise de Ridder suggereert in haar nieuwe boek getiteld: De grote voedselverleiding (2011)?

Die vragen zijn niet onbelangrijk want als emotie-eten berust op inbeelding, dan zullen mensen die zeggen dat ze hier last van hebben een andere behandeling moeten krijgen dan wanneer het gaat om echt probleem, waarbij negatieve gevoelens leiden tot overeten en vaak tot gewichtstoename.

Als het gaat om inbeelding zullen mensen uit de droom geholpen moeten worden en alleen anders moeten gaat gaan denken, maar hoeft hun eetgedrag niet te veranderen. Ook zullen er geen lichamelijke gevolgen zijn, want van inbeelding word je niet dik. Als emotie eten een mythe is die berust op inbeelding dan kan voorlichting en psycho-educatie volstaan om mensen van dit onjuiste denkbeeld af te helpen.

Gaat het daarentegen om een echt probleem dan volstaat het niet om anders te leren denken, maar zal met ook anders moeten leren reageren op negatieve gevoelens om te gaan, terwijl ook het eetgedrag moet veranderen om de lichamelijke gevolgen in de vorm van overgewicht te verminderen.

Is emotie-eten een mythe?
In het recent verschenen boek De grote voedselverleiding (2011) van Denise de Ridder wordt al op pagina 10 gesteld dat het idee dat stress en emoties de oorzaak zijn van overeten en falende zelfregulatie op een mythe berust.  Deze conclusie onderbouwt ze in hoofdstuk 4 waarin ze een beschrijving geeft van een laboratoriumexperiment naar de relatie tussen negatieve emoties en overeten. De titel van  hoofdstuk 4: Emoties. En andere excuses om te eten, belooft niet veel goeds voor degenen die emotie-eten zien als een serieus probleem.

Wat wordt er eigenlijk onder emotie-eten verstaan? Volgens De Ridder omschrijven psychologen emotioneel eten als “de neiging om te veel te eten in reactie op stress en negatieve emoties. Omdat emotionele eters niet alleen eten als ze honger hebben, maar ook wanneer ze zich onprettig voelen, eten ze meer dan nodig is. Hierdoor zouden ze een verhoogd risico hebben op overgewicht.” (p. 73).

Hoewel emotie-eten veel aandacht krijgt in de media en daardoor de nodige populariteit geniet, staat dit volgend de Ridder in schril contrast met het ontbreken van wetenschappelijk bewijs dat negatieve emoties ook echt overeten veroorzaken. Volgens haar is er veel meer evidentie in de wetenschap voor de bevinding dat negatieve emoties juist niet leiden tot overeten. “De natuur heeft ervoor gezorgd dat we geen last hebben van honger als we emotioneel zijn, juist omdat in tijden van stress andere dingen prioriteit hebben” (p. 75).
Als voorbeeld verwijst ze daarbij naar onderzoek onder frontsoldaten die door de stress juist geen honger hebben en daardoor te weinig eten.

Volgens De Ridder beschouwt maar liefst 35 procent van de Nederlanders zichzelf als emotionele eter, waarbij ze zeggen vaker te eten als ze zich bijvoorbeeld bang, verdrietig, zenuwachtig of geïrriteerd voelen. Hoe kan het dat zoveel mensen zeggen dat ze emotionele eters zijn? Eten ze echt meer bij negatieve emoties? Die vragen motiveerden Denise de Ridder om daarover een laboratorium experiment op te zetten. De deelnemers bestonden uit vrouwelijke studenten die van zichzelf zeiden dat ze emotie-eters waren. Ze kregen een ontroerend filmfragment te zien en mochten daarna een “smaaktest” doen en verschillende soorten M&M’s keuren, waarbij ze zoveel mochten eten als ze wilden. En wat bleek? Ze aten helemaal niet meer dat de controlegroep die een neutraal filmfragment kreeg te zien. Ook bij andere filmfragmenten die andere emoties opwekten zoals boosheid, verdriet en angst bleek opnieuw dat de emotionele eters niet meer aten dan de controlegroep. Toen het experiment nog een keer werd gedaan maar nu niet alleen met M&M’s, maar ook met chips, koekjes en stukjes fruit, bleek voor de zoveelste keer dat de emotionele eters niet meer aten dan de controle groep. Volgens De Ridder is de conclusie duidelijk: emotie-eten is een mythe!

Vraagtekens bij het laboratorium experiment
Nu begrijpt Denise de Ridder zelf ook wel dat er vraagtekens zijn te plaatsen bij dit laboratorium experiment naar emotie-eten. Daarbij wijst ze bijvoorbeeld op de onnatuurlijke setting van de laboratorium situatie. Dus vroeg ze de deelnemers om gewoon thuis te blijven en daar hun emoties te rapporteren en hun tussendoortjes te turven. Ook bij dit onderzoek bleek opnieuw dat negatieve emoties niet bijdroegen aan overeten.

Uiteraard zijn er nog wel wat meer vraagtekens te plaatsen bij het laboratoriumexperiment  van De Ridder. Want hoe duidelijk ging het bij de studenten om emotie-eten? Als ik mijn studenten vraag of ze wel eens ervaring hebben met emotie-eten, geven ze steevast bijna allemaal een bevestigend antwoord, want “Dat heeft toch iedereen wel eens?” Als ik vervolgens doorvraag over de frequentie hiervan en de hoeveelheid voedsel die ze dan eten, dan blijkt dat niet direct een probleem waarvoor ze hulp gaan zoeken. De kans dat ze bij een laboratoriumexperiment veel gaan eten na het zien van een droevig filmfragment acht ik dan ook klein.

Kijk je echter naar ervaringen van mensen die voor hun eetprobleem hulp vragen, dan zie je een hele andere categorie emotie-eters (Kortink & Noordenbos, 2011). Zij zullen echter vrijwel nooit meer eten in een situatie waarin zij zich bekeken voelen, zoals in een laboratorium situatie. Nee, pas als ze helemaal alleen thuis zijn en niemand hen kan zien, grijpen ze naar voedsel om hun emoties te ontladen.

Een andere vraag is of de emotie-eters die daar hulp voor gaan vragen meer gaan eten bij elke negatieve emotie zoals opgewerkt in het experiment van De Ridder door middel van een kort filmfragment. Gaan ze bij elk droevig filmfragment, tv- journaal, of krantenbericht overeten? Nee zeker niet, dan zouden ze hier de hele dag mee bezig kunnen blijven zijn. Wanneer dan wel? Meestal is dat het geval als de negatieve emoties opgekropt worden, en ze zich al een tijdje inhouden omdat ze hun boosheid, teleurstelling, verdriet of stress niet willen tonen aan anderen. Pas als de negatieve emoties behoorlijk opgekropt zijn en de spanning in hun hoofd en lijf is opgelopen en ze weten dat ze helemaal alleen zijn, dan lopen ze het risico op overeten. Ging het in het laboratorium onderzoek van De Ridder om dergelijke opgekropte emoties en spanning waarbij ze helemaal alleen waren met voedsel? Het antwoord is duidelijk nee.

Tenslotte kan ook nog een vraagteken geplaatst worden bij het aanbieden van M&Ms, want is dat wel geschikt om emotie-eten aan te tonen? M&Ms voelen in het begin hard en koud aan en pas na enige tijd komt een chocolade smaak te voorschijn die echter maar kort duurt. Serieuze emotie-eters geven meestal aan dat hun emotie eten bestaat uit gemakkelijk weg te slikken voedsel dat zoet en zacht is, hoewel de zak chips of nootjes het ook nog wel eens moeten ontgelden.

Hoe houdbaar is dan de conclusie van De Ridder dat de zelfbenoemde emotie-eters alleen denken dat ze veel hebben gegeten, maar dat dit feitelijk niet het geval is en dat het dus om een ingebeeld probleem gaat? Wie na het lezen van het eerste deel van hoofdstuk 4 denkt dat De Ridder het bij het juiste eind heeft als ze stelt dat emotie-eten een mythe is, raad is aan toch nog even verder te lezen. Dat levert namelijk een heel andere conclusie op.

Dus toch echte emotie-eters
Op pagina 82 kunnen we namelijk lezen dat De Ridder denkt “dat het probleem van de ‘echte” emotie-eters niet is dat ze negatieve emoties ervaren, maar dat ze geen goede strategieën tot hun beschikking hebben om met deze emoties om te gaan.” Ook dat heeft ze onderzocht in een laboratoriumexperiment. Ze ging na in hoeverre teveel eten mogelijk een reactie is op gebrekkige emotie-regulatie in de vorm van het onderdrukken van emoties, wat vaak leidt tot een toename van negatieve emoties. En wat bleek? “De resultaten lieten zien dat de mensen die gewend waren om hun negatieve gevoelens te onderdrukken veel meer aten dan mensen die hun emoties in perspectief wisten te plaatsen” (p. 83). De controlegroep konden aan de negatieve emoties een positieve draai geven, maar degenen die hun negatieve emoties onderdrukten aten wel degelijk meer in dit tweede experiment van De Ridder. Ook in vervolg onderzoek bleek opnieuw dat degenen die hun emoties moesten onderdrukken veel meer aten dan de controlegroep die hun emoties moest herwaarderen. “Opvallend was dat de onderdrukkers alleen meer aten van typisch calorierijk troost-eten zoals chips en chocola: dat was niet het geval bij stukjes fruit of gezonde crackertjes” (p.84).

Dit tweede experiment van de Ridder is precies wat emotie-eters ervaren die daar dermate veel last van hebben dat ze daarvoor hulp zoeken (Kortink en Noordenbos, 2011). Doordat ze hun negatieve emoties enige tijd opgekroppen en onderdrukken neemt het gevoel van onbehagen en spanning toe en dat leidt op een gegeven moment tot een sterke drang om die  spanning te ontladen door te gaan overeten. Emotie-eters blijken dus wel degelijk  te bestaan   en dat blijkt overtuigend uit het tweede laboratorium experiment van De Ridder dat beschreven staat in hoofdstuk 4 op pagina 82-85.

Conclusie
Emotie-eten blijkt dus helemaal geen mythe of ingebeeld probleem te zijn! Zeker niet voor  degenen die negatieve emoties proberen te vermijden en te onderdrukken, waardoor hun negatieve gevoelens vaak nog sterker worden en de spanning hoog oploopt. Die categorie emotie-eters loopt wel degelijk het risico dat ze gaan overeten en na verloop van tijd aankomen in gewicht.
De conclusie van Denise de Ridder dat emotie-eten een mythe is die alleen tussen de oren zit en als excuus dient om meer te eten blijkt onjuist. Daarbij gaat ze niet alleen voorbij aan wetenschappelijk onderzoek waarbij het bestaan van emotie eten wel degelijk is aangetoond, maar ook aan haar eigen onderzoek bij mensen die hun emoties onderdrukken.

Kwalijker is echter dat ze geen recht doet aan al die mensen die zoveel last hebben van overeten als gevolg van opgekropte emoties en spanning dat ze daarvan allerlei negatieve lichamelijke en psychische gevolgen van ondervinden. Vanwege sterke gevoelens van schuld en schaamte durven ze vaak pas na lange tijd om hulp te vragen,. Door hun probleem af te doen als ‘inbeelding’ of ‘mythe’ wordt hun problematiek niet serieus genomen en wordt de stap naar behandeling nog meer bemoeilijkt, terwijl behandeling van emotie-eten wel degelijk mogelijk is. Die behandeling wordt duidelijk beschreven in het Uit de ban van Emotie-eten (2011) van Kortink en Noordenbos waarin allerlei bruikbare oefeningen staan die al bij menigeen hebben geleid tot vermindering van emotie-eten. Die behandeling is vooral gericht op het aanleren van betere vaardigheden om met negatieve emoties om te gaan, waarbij niet langer naar voedsel gegrepen wordt om deze gevoelens te ontladen. Een geslaagde behandeling is gericht op betere emotie-regulatie en een evenwichtiger eetpatroon, wat bijdraagt aan een gezonder en stabieler gewicht (Kortink & Noordenbos, 2011).

Referenties
Kortink, J.  & Noordenbos, G. (2011) . Uit de ban van Emotie-eten. Een nieuwe oplossing voor eet- en gewichtsproblemen. Servire, Kosmos, Uitgevers, Utrecht. ISBN 978-90-215-4916-3.

Ridder, D. de. (2011). De grote voedselverleiding. Over de psychologie van het eten.
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam. ISBN 978-90-351-3634-2.

89% van de vrouwen eet emoties weg

Uit een onderzoek van tijdschrift Opzij onder Nederlandse vrouwen blijkt dat bijna negentig procent van hen haar emoties in meer of mindere mate wegeet. Dit emotie-eten wordt door de vrouwen zelf als problematisch ervaren.

Opzij deed onderzoek onder vijfhonderd vrouwen naar hun relatie tot eten en hun gewicht. Hieruit wordt duidelijk dat Nederlandse vrouwen hard over hun gewicht oordelen. Tweederde van de ondervraagden vindt zichzelf te zwaar, terwijl in werkelijkheid maar 41 procent van de Nederlandse vrouwen te zwaar is.

Opvallendste uitkomst is het aantal emotie-eters. Met maar liefst 89 procent blijken Nederlandse vrouwen echte emotie-eters te zijn, voor wie eten als troost of beloning dient. Lijnen blijkt – hoe obligaat ook – een averechts effect op hun gewicht te hebben. Overheidscampagnes waarbij de nadruk ligt op afvallen en op wat iemand wel of niet mag en moet eten, werken dientengevolge ook niet.

Het is fantastisch dat hier onderzoek naar is gedaan. Gelukkig is er nu het boek Uit de ban van emotie-eten (inclusief cd) dat vanuit de nieuwste invalshoek en praktijkervaring een oplossing biedt om emotioneel eetgedrag van binnenuit definitief te doorbreken.  

 Greta Noordenbos

Emotie-eten overwinnen met mindfulness

Verschenen in Psy:

Een grote groep vrouwen en mannen eet om negatieve gedachten en gevoelens te vermijden. Dat zeggen Joanne Kortink en Greta Noordenbos. Het duo schreef samen het zelfhulpboek ‘Uit de ban van emotie-eten’ voor mensen die last hebben van dit eetgedrag en er zelf iets aan willen doen. Psy verloot vijf exemplaren.

Kortink en Noordenbos zijn beiden afgestudeerd op eetstoornissen en hebben hierover enkele boeken geschreven. Kortink is tevens ervaringsdeskundige en begeleidt cliënten en therapeuten op het gebied van eetproblemen. Ook geeft ze trainingen en workshops. Noordenbos werkt als onderzoeker aan de Universiteit van Leiden en is gespecialiseerd in eetstoornissen, risicofactoren en het herstel van eetproblemen.
Met Uit de ban van emotie-eten. Een nieuwe oplossing voor eet- en gewichtsproblemen wil het duo een grote groep mensen aanspreken. ‘We weten niet hoeveel mensen last hebben van emotie-eten’, zegt Noordenbos, omdat veel mensen hun problemen niet ernstig genoeg vinden om daar professionele hulp voor te zoeken. Er is ook vaak sprake van schaamte om er over te praten. Daarom kan juist een boek deze groep helpen.’ 
 
Wie zijn de mensen die jullie met dit boek willen bereiken?
‘Mensen die negatieve emoties proberen te vermijden door veel te eten en daar last van hebben. Eten lijkt voor deze groep een oplossing als zij teleurgesteld worden of verdrietig zijn, maar op de langere termijn levert het alleen maar extra problemen op. Iemand kan bijvoorbeeld heel veel aankomen, waardoor hij of zij zich nog slechter gaat voelen. We willen ook therapeuten bereiken omdat wij denken dat dit boek goed gebruikt kan worden bij de behandeling van eetproblemen.
Uit de ban van emotie-eten is uitdrukkelijk niet bedoeld voor mensen met ernstige eetproblemen. Dat zijn mensen die meerdere eetbuien per dag hebben, braken of laxeren. Wij raden die groep aan om professionele hulp te zoeken.’
 
Kan emotie-eten afgeleerd worden door alleen het lezen van jullie boek?
‘Dit boek kan inderdaad voldoende zijn. Het programma dat wij aanbieden duurt negen weken, en is zo geschreven dat het zelfstandig uitgevoerd kan worden. In die tijd leren lezers via oefeningen verschillende vaardigheden om op een andere manier met negatieve gedachten en gevoelens om te gaan, en de oplossing niet langer te zoeken in eten. 
Het kan natuurlijk ook zo zijn dat iemand meer hulp nodig heeft. Daarom geven wij duidelijk aan dat het boek ook goed gebruikt kan worden in samenwerking met een therapeut.’

Wat leren de mensen die jullie boek lezen?
‘Deze groep heeft vaak last van negatieve en kritische gedachten over zichzelf. Ze vinden zichzelf bijvoorbeeld niets waard of denken dat ze nooit iets goed doen. Dit negatieve gedachtepatroon moet doorbroken worden. Dat gebeurt door een lijst te maken van allerlei saboterende gedachten, waardoor ze zich hiervan bewust worden en zo kunnen ze er meer afstand van nemen.
Emotie-eters hebben de neiging om bij negatieve gevoelens, zoals teleurstelling of woede, zonder er bij na te denken hun gevoelens weg te eten. Door verschillende oefeningen gaan zij hun emoties herkennen. Bijvoorbeeld: een vrouw heeft zich erg verheugd op een uitje met haar vriendin, maar die belt op het laatste moment af. Ze is teleurgesteld en boos en om zichzelf te troosten gaat ze eten. Wij raden haar aan haar emotie wel onder ogen te zien, en om alternatieven te bedenken, zoals iemand anders te bellen, of alleen op pad gaan. Zo wordt de koppeling van negatieve gedachten en emoties losgelaten.’

Jullie maken ook gebruik van mindfulness. Wat beogen jullie daarmee?
‘Mindfulness is een belangrijk onderdeel van Uit de ban van emotie-eten: lezers leren om dingen weer met volle aandacht te doen: eten, drinken, douchen, lopen. Daardoor ontstaat er rust in hun hoofd waardoor ze meer kunnen genieten.
In ons boek besteden we ook veel aandacht aan Acceptance en Commitment Therapie (ACT). We leren lezers dat sommige dingen geaccepteerd moeten worden omdat ze simpelweg niet veranderbaar zijn, zoals bijvoorbeeld je lengte. Lezers leren om na te gaan wat hun echte waarden en behoeften zijn. Vaak liggen achter uiterlijke wensen, zoals het nastreven van een bepaalde kledingmaat dieperliggende waarden of behoeften, zoals de behoefte aan waardering en acceptatie. Door van de eigen waarden en behoeften een collage te maken, gaan lezers zich weer op positieve dingen te richten.’  
 
Waarin onderscheiden jullie je van andere boeken over emotie-eten?
‘Het is het eerste boek waarbij mindfulness en ACT toegepast wordt op emotie-eten. Ook maken we veel gebruik van oefeningen uit de praktijk van Joanna, waarvan sommige op een cd staan die bij dit boek hoort .’ (HE) 

Psy verloot vijf exemplaren van Uit de ban van emotie-eten. Wilt u meeloten? Stuur dan een mail met uw adresgegevens naar redactie@psy.nl o.v.v. Emotie-eten. 

 
Uit de ban van emotie-eten. Een nieuwe oplossing voor eet- en gewichtsproblemen,  Joanna Kortink en Greta Noordenbos, 240 pagina’s, Kosmos Uitgevers, ISBN 978 90 215 4916 3, € 19,95. Klik hier om het boek te bestellen.

Eetbuistoornis nieuw?

Emotie-eten kan ontaarden in eetbuien. Onlangs kreeg ik de vraag van een journaliste of ik in een tv-uitzending wilde vertellen over de nieuwste eetstoornis: de eetbuistoornis.

Wat zijn kenmerken van de eetbuistoornis?

Je hebt dan minstens twee keer per week hevige eetbuien. Je voelt een bepaalde drang of onrust opkomen en begint te eten. In het begin ervaar je dat vaak nog als prettig, maar al snel verlies je de controle. Het wordt eten om te eten en je kunt al snel in een roes terechtkomen waarbij je je gedachteloos volpropt. Het eten dat je naar binnen werkt, is vaak ongezond en calorierijk. Dit leidt meestal tot ernstig overgewicht. 

Wat is de DSM?

De eetbuistoornis is recent opgenomen in de DSM-V classificatie. DMS staat voor: Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Het is een Amerikaans handboek voor diagnose en statistiek van psychische aandoeningen, dat in de meeste landen als standaard diagnostiek dient. De huidige versie (uit 2000) is de DSM IV. Met behulp van deze classificatie kunnen diagnoses worden gesteld: voor iedere psychische aandoening staan de criteria, waaraan “moet worden voldaan”, genoemd.

De tijd is aangebroken voor vernieuwing.

In verschillende werkgroepen wordt er gekeken naar mogelijke wijzigingen en toevoegingen. Zo ook voor de categorie eetstoornissen. Zo werd de eetbuistoornis eerst gezien als vorm van de eetstoornis NAO (Niet Anderszins Omschreven). Dit is een categorie voor cliënten die meestal een aantal overeenkomstige, maar niet alle kenmerken hebben van een specifieke eetstoornis. Dit is de grootste groep die worstelt met eet- en gewichtsproblemen. Het is tijd voor vernieuwing! De eetbuistoornis wordt nu gezien als een aparte eetstoornis.

Waarom is het belangrijk dat de eetbuistoornis als officiële eetstoornis wordt opgenomen in de nieuwe DSM-V?

Deze erkenning is heel belangrijk. Er zijn heel veel mensen die met de eetbuistoornis rondlopen en geen hulp krijgen, omdat de juiste diagnose niet wordt gesteld. Opname in DSM-V zal daar verbetering in kunnen brengen. Hulp zoeken is voor veel mensen die hier mee worstelen, al moeilijk genoeg. Ze schamen zich ervoor en vinden dat ze dit zelf op moeten lossen. Het duurt meestal jaren voordat ze beseffen dat ze hier moeilijk alleen uitkomen. Helaas hebben ze dan al overgewicht. Dat is niet nodig. Je kunt deze vicieuze cirkel doorbreken.

Toen ik dit vertelde in het telefonische voorgesprek, kwam de journaliste er achter dat er dus helemaal geen nieuwe eetstoornis is ontdekt, maar dat deze eetstoornis nu apart wordt benoemd. Ze klonk teleurgesteld, want ze had nu geen nieuws. Ik vertelde haar toen over het nieuwe boek Uit de ban van emotie-eten. Toch nog nieuws.

Tip:

Wil je meer over eetbuien lezen? Handig om mee te beginnen is het zelfhulpboek Eerste hulp bij eetbuien. Hierin staan meer dan 100 tips om direct mee aan de slag te gaan. Wil je er dieper op ingaan, lees dan het zelfhulpboek Uit de ban van eetbuien. Beide boeken zijn geschreven door Joanna Kortink.   

Greta Noordenbos
Psychologisch Instituut Universiteit Leiden

Depressie en de weegschaal

In Gezond Nu van januari 2011 staat het volgende nieuws.

Een ongezond lichaamsgewicht – te zwaar of juist te licht – kan het risico op een depressie vergroten.

Een depressie, ondergewicht en overgewicht zijn niet los van elkaar te zien. Dat zegt Leonore de Wit van de Vrije Universiteit van Amsterdam, die op dit onderwerp promoveerde. Wanneer mensen in een depressie raken, worden ze vaak minder actief. Ze bewegen minder, zoeken minder contact met anderen en ze zijn minder actief betrokken bij de buitenwereld. Die inactiviteit zie je terug op de weegschaal.

Tegelijkertijd zijn er volgens De Wit ook aanwijzingen dat mensen met een ongezond lichaamsgewicht – te licht of te zwaar- vaker depressief worden. Wat het werkelijke verband tussen die twee is en wat een verklaring kan zijn, moet nader onderzocht worden.

Greta Noordenbos heeft wel enkele mogelijke verklaringen voor die relatie tussen depressie en over- of ondergewicht.

  1. In de eerste plaats kan een sociale verklaring gegeven worden. Mensen die niet voldoen aan het culturele slankheidsideaal, maar daar wel dagelijks mee worden geconfronteerd, worden er elke keer weer op gewezen dat ze niet voldoen aan het ideaalbeeld. Dat geeft steeds weer een negatief gevoel over hun lichaamsomvang en dat werkt uiteindelijk ook door in een negatieve zelfwaardering. Kenmerkend voor depressie is dat mensen een lage zelfwaardering hebben en voortdurend kritisch naar zichzelf kijken.
  2. Met name kinderen, maar helaas ook volwassenen met overgewicht, worden vaak gepest met hun uiterlijk. Pesters kunnen enorm wreed en respectloos met hen omgaan. De negatieve opmerkingen en scheldwoorden dringen diep door en kunnen tot een enorm negatief zelfbeeld leiden en op den duur tot depressieve gevoelens.
  3. Ook ondergewicht als gevolg van uithongering draagt bij aan depressieve gevoelens, doordat het lichaam niet voldoende stoffen binnen krijgt die zorgen voor een positieve stemming. Voor een goede stemming is voldoende serotonine in de hersenen van groot belang is. Als het lichaam ondervoed raakt, heeft dat ook invloed op de stemming en worden mensen apathisch en gedeprimeerd.

 
Het laatste woord over de relatie tussen depressie en overgewicht of ondergewicht is nog lang niet gezegd, maar wel is duidelijk dat in de behandeling aandacht voor emoties van cruciaal belang is. Gelukkig bestaat daar een goede behandelmethode voor, die beschreven is in het nieuwe boek getiteld: Uit de ban van Emotie-eten van Joanna Kortink en Greta Noordenbos